DICK DE JONG - <B>GALATEN 4 OVER JERUZALEM</B>  


De klaagmuur te Jeruzalem

Een treffende tekening op papier

van Ephraim Moses Lilien (1874-1925)




Knoop 20 GALATEN 4 OVER JERUZALEM

Er is onder christenen veel discussie over de vraag of Jeruzalem al of niet moet worden beschouwd als de ondeelbare hoofdstad van het huidige Israël in het Midden Oosten. Uit de heftigheid waarmee die discussie soms wordt gevoerd zou men kunnen concluderen dat bovenstaande vraag een onontwarbare knoop is. Maar er zijn ook veel christenen voor wie het antwoord op die vraag heel eenvoudig is. Natuurlijk is Jeruzalem te beschouwen als Israëls ondeelbare hoofdstad. Israël is immers Gods volk met een door God aan haar beloofd land met Jeruzalem als hoofdstad. Daar staat de Bijbel toch vol van?

Daar staat de Bijbel inderdaad vol van. Alleen maar, dat geldt toch vooral van het Oude Testament, en van het volk Israël dat leefde voordat de Messias, Jezus Christus gekomen was om de beloften van het Oude Testament te vervullen.

In vers 26 wordt het hemelse Jeruzalem onze moeder genoemd. Het Griekse woord voor zo'n moederstad is metropool. Zo wordt soms ook hier op aarde een grote stad die een aantal kleinere plaatsen geannexeerd heeft een metropool genoemd. Rome was vroeger de moederstad van een aantal Romeinse kolonies, en het is nog steeds de moederstad van de Roomse kerk over de hele wereld. In de tijd van het Oude Testament was de stad Jeruzalem de metropool of de moederstad van het volk van God.

Maar er was uiteraard een groot en fundamenteel verschil tussen een metropool zoals Rome, en die metropool of moederstad Jeruzalem. De wetten van Rome waren harde voorschriften, die de mensen onder druk zetten. Maar de wet van God was anders; dat was een wet die vrijheid en verlossing beloofde. Denk maar aan het opschrift van de wet van de tien verbondswoorden: Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd, die u zo tot een vrij en heilig volk gemaakt heb.

Maar hoe zou het zijn als die wet van God nu eens werd toegepast alsof het een wet van die stad Jeruzalem zelf was; een wet die niet van boven kwam, maar van beneden was? Het is meermalen gebeurd, dat zelfs de 10 geboden van de HEER zo werden toegepast dat ze verwerden tot een stel menselijke leefregels. En kijk, daar heeft de apostel Paulus het nu over in Galaten 4.

In vers 3 zegt Paulus dat we, toen we nog onmondig waren, als slaven onderworpen waren aan de machten van de wereld. Met het woordje 'we' bedoelt Paulus zowel zichzelf en de Joodse christenen, alsook de christenen uit de heidenen. Alle mensen zijn slaven, als ze niet in geloof Jezus Christus ontvangen als hun Verlosser uit die slavernij. Ze waren als slaven onderworpen aan de machten of de goden van de wereld. Met die machten of goden van de wereld zijn bedoeld de ideeën, de beginselen of de principes die deze wereld regeren.

Het is uit de hele brief wel duidelijk dat Paulus het met name heeft over de Joodse wet, dat is, over de manier waarop de Joden de wet van God in het Oude Testament toepasten. Hij waarschuwt de Galaten om geen slaven van die wet te worden, door op die Joodse manier te leven. Maar waarom gebruikt hij in vers 3 dan niet het woord 'wet', maar dat andere woord: onderworpen aan de machten of de principes van deze wereld?

De sleutel voor het verstaan van Paulus' manier van spreken vinden we in de verzen 8 en 9. Immers, in vers 9 wordt weer dat woord 'machten of principes van de wereld' gebruikt. Daar zegt de apostel tot de christenen in Galatië: hoe kunt u nu toch u opnieuw tot die zwakke, armzalige machten wenden (daar naar terugkeren), en u daaraan als slaven onderwerpen? Hier heeft hij het dus over een 'terugkeren' van die Galatische christenen tot die wereldse principes. Terugkeren? Maar die Galaten liepen toch het gevaar dat ze de Joodse regels als het middel tot behoud gingen accepteren? Hoe kan Paulus dat dan een terugkeren, een zich opnieuw daartoe wenden, noemen? Ze hadden voor die tijd toch nooit geleefd onder de Joodse wetten; ze waren toch oorspronkelijk heidenen.

Wat zien we hier dus? Volgens de apostel is het zo, dat als je de wet van God gaat gehoorzamen op de manier zoals die in praktijk werd gebracht door de Joden en de Judaïsten (Messiaanse Joden die wilden dat je de wet van Mozes zou blijven onderhouden); kijk, dan doe je toch eigenlijk precies hetzelfde als wat de heidenen gewend waren. Nu kunnen we beter de betekenis verstaan van dat woord 'de machten of de goden van de wereld', en waarom Paulus dat woord gebruikt in plaats van het woordje 'wet', waar hij het toch eigenlijk over had. Die uitdrukking: 'de machten, de goden, of de principes van deze wereld' kunnen we weergeven als de religieuze opinies van mensen. Of dat nu Joodse of heidense opinies zijn, dat maakt geen principieel verschil.

Wat betekent dat nu voor ons vandaag? Het antwoord op die vraag is: het betekent precies hetzelfde voor ons als het toen betekende voor de gemeenten in Galatië. Als wij bijvoorbeeld in de praktijk zouden toegeven aan een toepassing van de wet die niet is gebaseerd op het verlossingswerk van onze Heiland, dan is er in de grond van de zaak geen verschil tussen onze godsdienst en alle andere religieuze opinies van mensen. Als het aankomt op de geestelijke principes van allerlei godsdiensten in de wereld, dus los van Christus, dan komen ze allemaal op hetzelfde neer, dat ze 'doe-het-zelf godsdiensten' zijn.

'Doe-het-zelf godsdiensten', die maken de mensen tot slaven van wetten en regels, inplaats van dat ze kinderen zijn die hun God en Vader liefhebben vanwege zijn vrijmakende gaven in Jezus Christus. Een vrije kerk wordt gekenmerkt door geloof in Jezus Christus als de enige weg tot behoud. In een vrije kerk wordt de wet van God verkondigd en gehandhaafd als een wet die door en in Christus is vervuld. Het is een wet die ons geloof richt op het offer van Christus voor onze zonden aan het kruis van Golgotha.

Hieruit zien we dus dat een vrijgemaakte kerk niet een kerk is die zelf wetten en regels oplegt die je moet onderhouden om goede christenen te zijn. Zelfs de 10 geboden, als die op die manier gebruikt zouden worden, zijn niet langer de 10 Verbondswoorden van God, maar gebodsborden van mensen. Ook dan worden Gods kinderen gemaakt tot slaven van mensen en van menselijke ideeën.

In het 10e vers geeft de apostel ons een voorbeeld van hoe dat zou kunnen gebeuren. Hij zegt daar tot de Galatische christenen: u houdt u werkelijk aan vaste feestdagen, maanden, seizoenen en jaren? Paulus vindt dat zo erg dat hij er in vers 11 aan toevoegt: ik vrees dat al mijn inspanningen voor u volkomen zinloos zijn geweest.

Nu kan ik me voorstellen dat de vraag opkomt: maar was dat dan zo verkeerd? Lezen we niet in het boek Handelingen dat ook Paulus zelf dat heeft gedaan? En moeten ook wij niet de sabbat blijven gedenken, al doen wij dat, behalve iedere dag, in het bijzonder op de eerste dag van de week? Ja, maar het verschil tussen Paulus en die Galatische christenen is ten eerste dit, dat Paulus die Joodse feesten vrijwillig onderhield, maar zich daar niet toe liet dwingen. Zijn bedoeling daarin was, dat hij bij de Joden geen struikelblok wilde zijn voor hun aannemen van het evangelie. Zoals bijvoorbeeld christenen in Israël hun winkel niet op zaterdag openhouden. Maar die Galaten werden er toe gedwongen als een voorwaarde voor hun behoud.

Bovendien, in de tweede plaats werd hun geleerd om zulke dagen en vaste tijden waar te nemen alsof die in zich zelf heilig zouden zijn, als het ware gevuld met een heilige geestelijke energie. Ook de Joodse sabbatten werden door die Judaïsten veranderd in iets dergelijks als de heilige dagen en tijden van de heidenen: dagen en tijden vol van taboes, tijden waarin het gevaarlijk zou zijn bepaalde dingen te doen of aan te raken. Ze werden beschouwd als heilige tijden omdat ze geladen waren met een geheimzinnige kracht, waar je maar beter rekening mee moest houden.

Daar zit natuurlijk ook een boodschap in voor christenen in onze tijd, als we het onderhouden van door mensen gemaakte regels beslissend zouden achten voor al of niet een goede christen zijn. Want wat heeft Paulus daar al van gezegd in het vorige hoofdstuk, in 3:1? Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft jullie in zijn ban verkregen, wie heeft u betoverd om, als het er op aan komt, net zo te worden als mensen die zich bijvoorbeeld laten leiden door de stand van de sterren?

Want dat bedoelt de apostel als hij zegt dat ze op die manier terugkeren tot de zwakke en armzalige ideeën van de wereld, en daar zo weer slaven van willen worden. En zo komt hij er toe om in vers 11 te zeggen: ik vrees dat al mijn inspanningen voor u volkomen zinloos zijn geweest; ik vraag me af of u nog wel vrije kerken van Christus bent. Vandaar dat hij hun in vers 21 de vraag stelt: vertelt u eens, u wilt u onderwerpen aan wet, maar luisteren jullie wel naar de wet? Nu is het opmerkelijk dat Paulus eerst niet het lidwoord 'de' gebruikt (hoewel het in onze vertaling er wel, maar ten onrechte, tussengevoegd is), maar zegt: u wilt u onderwerpen 'aan wet': het doet er dus niet toe of het een Joodse of een heidense wet is, want dat komt tenslotte toch op hetzelfde neer. Je wilt regels zodat je weet waar je aan toe bent.

En dan gaat Paulus verder met te zeggen: waarom luisteren jullie niet naar 'de wet'? En daarbij verwijst hij dan naar een verzameling wetsregels? Nee, hij verwijst dan naar een geschiedenis die we vinden in het boek Genesis. Met 'de wet' bedoelt Paulus dus niet een verzameling voorschriften, maar het hele Oude Testament zoals dat door God gegeven is om zijn volk te onderwijzen (Thora = onderwijs). Onderwijs waarover? Over de belofte van de komende Christus, en hoe ze door zijn bloed van hun zonden verlost worden. Want wat vertelt die wet van God ons in het boek Genesis? Dat vat Paulus kort samen in de verzen 22 25.

Abraham had twee zonen. De eerste was Ismaël. Hij was, toen Abraham het zelf wilde doen, om God als het ware een handje te helpen, geboren uit een slavin, uit Hagar. Nu, zo zegt de apostel, dat is symbolisch voor allen die het zelf willen proberen. De slavin Hagar brengt dan ook een slaaf ter wereld, net zoals het huidige Jeruzalem in het Midden Oosten, die Joodse metropool of moederstad, kinderen voortbrengt die als slaven leven, die slaven zijn van de berg Sinaï. Wat was er dus verkeerd met die geboorte van Ismaël? Het verkeerde zat hierin, dat hij het resultaat was van een 'het zelf willen doen'. En wat was er dan verkeerd met de wet die op de berg Sinaï gegeven was?

Laat me eerst zeggen, om misverstand te voorkomen: zoals die wet gegeven was is er niets verkeerd mee. De apostel Paulus zegt zelf in een andere brief, in Romeinen 7, dat de wet heilig is, en goed. En toch, wat er verkeerd was met die wet was dit, dat de Joden van het huidige Jeruzalem hier beneden ook die wet vervormd hadden tot een verzameling regels voor een 'doe-het-zelf godsdienst'. Kijk, zegt Paulus, daar komt het door dat allen die in dit huidige Jeruzalem hier beneden geboren zijn slaven zijn. Het is wel een metropool, een moederstad.

Maar omdat het kinderen voortbrengt in de weg van een 'doe-het-zelf religie' brengt ze slaven voort. Haar kinderen zijn immers niet geboren door de kracht van God uit de hemel, als vrucht van hemelse beloften, maar door de macht van een wet, die door een verkeerde toepassing veranderd is in haar tegendeel. Maar, zo gaat Paulus verder, er werd ook een andere zoon geboren, Izaäk, uit een vrije moeder, uit Sara; en die zoon was geboren in de weg van geloof. Want nu geloofden Abraham en Sara Gods belofte dat, al was het naar menselijke maatstaven onmogelijk, God die geboorte toch mogelijk had gemaakt. En daarvan zegt de apostel: dit is nu het symbool van een ander Jeruzalem, een andere metropool, een andere moederstad.

En dat lezen we dan ook in vers 26: "Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder!"

De betekenis daarvan verstaan we in het licht van wat we gezien hebben in het voorgaande deel van dit hoofdstuk, waar vers 26 de climax van vormt. Het Jeruzalem hier op aarde is de moeder van slaven geworden. Wie daar behouden willen worden moeten eerst zelf Jood worden, en dus zich laten besnijden, en de Joodse feesten onderhouden. Dat Jeruzalem vaardigt dan ook wetten en voorschriften uit die niet meer van boven, van God komen, maar door mensen gemaakte en vervormde wetten en regels die op hetzelfde menselijke vlak liggen als allerlei andere religieuze ideeën die er in deze wereld te vinden zijn. Het zijn regels die de mensen niet verwijzen naar Gods wet, die spreekt van bevrijding en verlossing door geloof in Christus, en dus door genade alleen (want zulke regels zijn heilig en goed!). Nee, maar ze zijn gebaseerd op de eigenwillige opinies en ideeën van mensen.

Maar onze moeder, die is vrij. Ze is niet in Rome. Ook is ze niet in het Jeruzalem in het Midden Oosten. Ze is ook niet gecentraliseerd in een machtige kerk organisatie in Geneve, of zoals de Mormonen geloven in Salt Lake City. Je vindt haar ook niet in de Generale Synode van welke kerkengroep ook maar. Het hemelse Jeruzalem, het Jeruzalem hier boven, is vrij, en zij is onze moeder! Daar immers is Christus, onze Verlosser. Sinds Hij als het Hoofd van zijn kerk is opgevaren naar de hemel hebben we hier op aarde geen moederstad of moederkerk meer.

Trouwens, ook in het Oude Testament kwam de wet die verkondigd werd in en vanuit Jeruzalem van boven! Het was omdat Jeruzalem die wet tot haar eigen wet maakte, en zo zichzelf gelijk stelde aan het hemelse Jeruzalem, het was juist daarom dat het Jeruzalem hier op aarde door God verlaten werd, en niet langer als de moederstad van de gelovigen kan functioneren.

Het Jeruzalem hierboven is vrij, en zij is onze moeder!

Alle gelovigen die Christus samenbrengt, en waarom zij ook samen moeten komen, zijn kinderen van deze moeder. Dat zijn we, niet vanwege iets dat wij zijn of doen, ook niet omdat we zulke trouwe kerkleden zijn, of omdat wij zo gehoorzaam onze plicht doen. Wij zijn kinderen van deze moeder, en wij zijn vrij, als we door het bloed van Christus zijn vrijgemaakt van de macht van de zonde en wedergeboren door de Heilige Geest. Wij zijn vrije kinderen van die moeder in de hemel, als we staan in die vrijheid, zowel in ons dagelijks leven en in ons dagelijks werk en wat we ook maar doen, alsook in de manier waarop de gemeente waartoe we behoren zich houdt aan de wetten van de hemelse moederstad: de wet van Christus.


 

 

 
 

 



Title of your page