DICK DE JONG - DANIËL 8: ANTI-CHRISTELIJKE MACHTEN
DE ENGEL GABRIËL MET EEN ANDERE OPDRACHT DAN IN HET ONDERSTAANDE
HET IS EEN SCHILDERIJ UIT DE FLORENTIJNSE SCHOOL
UIT DE ZESTIENDE EEUW
KNOOP 16
DANIÉL 8
DE VERNIETIGING VAN DE ANTICHRISTELIJKE MACHTEN
Zoals bij ons het Engels de wereldtaal is, zo was in de tijd dat Daniël leefde, het Aramees of het Syrisch de wereldtaal. Ik vraag daarvoor aandacht omdat een deel van dit boek in het Aramees aan ons is overgeleverd, namelijk hoofdstuk 2:4 t/m het 7e hoofdstuk. In 2:4 vermeldt onze vertaling ook dat daar het Aramese gedeelte begint. Maar Daniël 8 tot en met Daniël 12 is dus weer in het Hebreeuws.
Er bestaan verschillende aanwijzingen voor de reden waarom dit zo is. In de Aramese hoofdstukken horen we van gebeurtenissen die vooral van internationaal belang waren, en niet alleen maar voor Israël. Bovendien wordt juist in het Aramese deel over Daniël in de derde persoon gesproken. Daniël zelf of iemand uit zijn omgeving besloot dan ook om dat deel in het Aramees te publiceren. Dan kon het immers al gelezen worden door alle mensen die er in geïnteresseerd waren. Ook niet-Joden dus.
Met de volgende in het Hebreeuws overgeleverde hoofdstukken ligt het echter anders. We lezen bijvoorbeeld in Daniël 8:26 dat de engel Gabriël aan Daniël bevel geeft het visioen dat hij gezien heeft, geheim te houden. Het heeft namelijk betrekking op dingen die heel veel later plaats zullen vinden, en vooral Israël zullen raken. Het was daarom niet nodig dat gedeelte in het Aramees te vertalen.
We lezen in Daniël 8 de belofte van God dat de antichristelijke machten van deze wereld zonder tussenkomst van mensenhanden vernietigd zullen worden. Toch was de boodschap van dit visioen voor Daniël ver van prettig. Hij was er verbijsterd over, hij was er gewoon een paar dagen ziek van.
Nu lezen we in vers 1 dat Daniël dit visioen zag in het derde jaar van de regering van koning Belsazar. Dat was nog maar enkele jaren voordat het Babylonische rijk zou instorten en opgevolgd zou worden door het Perzische rijk met koning Kores (of Cyrus). En koning Kores zou het volk Israël laten terugkeren naar Kanaän en Jeruzalem. Daniël mocht dus toch echt wel hoge verwachtingen hebben voor de nabije en de verre toekomst.
In dat visioen bevond hij zich in de burcht Suzan, in het gewest Elam. Elam was toen al een deel van het Perzische rijk. In die Perzische stad ziet hij aan de kant van de rivier een ram met twee horens staan. Volgens Gabriël in vers 20 doelt de ram met zijn twee horens op de koningen van de Meden en Perzen. Uit vers 4 blijkt dat deze koningen allerlei landen rondom zullen aanvallen, en dat geen enkel dier, dat is geen enkele politieke en militaire macht, deze kan tegenhouden. Daniël zou daar de bemoediging uit kunnen afleiden dat Babel ook door hen verslagen zou worden. Dat kon dan toch het einde van Israëls ballingschap betekenen! Daarvan wordt hier echter niets vermeld. Het visioen gaat verder in vers 5: Daniël ziet uit het Westen met grote snelheid een geitenbok met een opvallende hoorn aankomen, die de ram aanvalt, zijn twee hoorns afbreekt, en hem vertrapt.
Die geitenbok heeft een symbolische betekenis. In vers 21 staat dat deze het Griekse of Grieks Macedonische rijk symboliseert, en zijn hoorn de eerste koning van dat rijk. Uit de geschiedenis weten we dat daarmee Alexander de Grote bedoeld wordt. Zijn rijk wordt buitengewoon sterk en trots, totdat die grote hoorn afbreekt, en er vier andere voor in de plaats komen. Dit betekent dat het rijk in vier kleinere koninkrijken uiteenvalt (verzen 8 en 22). Vers 9 vertelt verder dat één van die vier koninkrijken een koning krijgt, voorgesteld door een kleine hoorn. Deze breidt zijn rijk uit naar het Zuiden en Oosten, en treedt ook op tegen het 'Sieraad'. Daarmee wordt het land Kanaän aangeduid. Daar zal deze koning een vreselijke terreur uitoefenen. Uit het apocriefe boek Maccabeeën weten we dat met die koning een zekere Antiochus Epiphanes wordt bedoeld, een Syrisch-Macedonische koning tegen wie de Israëlieten onder leiding van de Maccabeeën in opstand zijn gekomen. Al die toekomstige gebeurtenissen worden hier al bij voorbaat aan Daniël getoond, en door Gabriël in vers 19 beschreven als "wat geschieden zal in het laatst van de gramschap".
Volgens vers 23 zal die koning, "hard van aangezicht en bedreven in listen", opstaan "als de boosdoeners de maat hebben vol gemaakt". Dit is een uitdrukking die we ook eerder in de Bijbel tegenkomen. Toen heel vroeger de Kanaänieten de maat hadden vol gemaakt, liet God hen door Israël uitroeien uit Kanaän. Toen ook Israël echter de maat van hun ongerechtigheden had vol gemaakt, liet de HEER hen in de Babylonische ballingschap leiden.
Er zullen dus weer boosdoeners komen in Israël. Dezen zullen de maat van hun ongerechtigheden zo vol maken dat God hen daarom laat verdrukken door die vreselijke koning. En wat zal die doen? Die zal volgens vers 11 de enige bestaansreden voor Israël, de offers in de tempel waarmee de verzoening met God door de komende Christus gesymboliseerd wordt, wegnemen en door een heidense eredienst vervangen. Er was dus wel reden voor Daniël om verbijsterd te zijn, om er ziek van te worden.
Toch bevatte deze boodschap ook bemoediging voor Daniël. Want Gabriëls verklaring van het visioen loopt in vers 25 uit op de belofte, dat die vreselijke koning zelf tenslotte "zonder mensenhanden" vernietigd zal worden.
Daniël had dit al eerder mogen zien in de droom van Nebukadnessar. Hij droomde van een beeld dat in stukken gebroken werd door een steen die door geen mensenhand werd losgemaakt. Daar wordt Daniël aan herinnerd. Daniël weet dat Gods Koninkrijk zal komen en overwinnen. Zelfs als de geregelde verkondiging door het offerbloed op het altaar in de tempel wordt verhinderd, zal dit zo lang duren als God zelf heeft bepaald. Om die reden vatte Daniël weer moed.
Hij ondernam actie. In vers 27 lezen we dat Daniël weer opstond en doorging met zijn werk in dienst van de koning. Hij verricht gewoon zijn dagelijks werk; en hij kan dat doen omdat hij weet dat ook zijn politieke loopbaan in Babel de komst van het Koninkrijk van Christus dienen mag.
Dat geldt ook ons vandaag. We hebben de taak om ook in moeilijke situaties door te gaan met ons dagelijks werk en onze politieke roeping, in dienst van Gods Koninkrijk.
Dit alles heeft immers ook betekenis voor het volk van God in de toekomst. Daniël werd immers door de engel Gabriël geboden (in vers 26) "het gezicht verborgen te houden, omdat het ziet op een verre toekomst". Samen met de volgende hoofdstukken werd dit door Daniël zelf in het Hebreeuws geschreven document, in plaats van direct gepubliceerd te worden, verborgen gehouden tot het aanbreken van die verre toekomst, of, zoals we lezen in Daniël 12:10, tot het zal worden verstaan door "de verstandigen".
Waarschijnlijk moeten we het ons zo voorstellen dat ongeveer vier eeuwen later één van Daniëls erfgenamen, aan wie dat pakje met oude handschriften is doorgegeven, er door de Heilige Geest toe gebracht werd ze te publiceren voor de mensen in Kanaän. Want die maakten toen al die vreselijke dingen mee zoals ze lang tevoren al aan Daniël waren getoond. Toen werd het visioen vervuld. In de jaren 167 tot 164 voor Christus' geboorte, deed die koning immers al de dingen waarvan we hier lezen in de verzen 10 14 en 24-25. Er waren toen ook veel verraders onder de Israëlieten. Ze heulden met die koning omwille van hun positie, en ook omdat ze wel mee wilden doen met de Griekse cultuur die door de koning bevorderd werd. Met name de leiders en de priesters namen die wereldse levensstijl over. Aan de andere kant waren er ook veel fanatieke Joden die in eigengerechtigheid tegen het gezag van de koning rebelleerden, en zo de haat van de koning over zich haalden.
Maar behalve deze mensen, in vers 24 'machtigen' genoemd, machtig vanwege hun posities of machtig als guerrillastrijders, was er ook nog 'het volk der heiligen'; dat waren de mensen die zich als echte gelovigen vernederden onder Gods hand.
Er gebeurde echter iets verschrikkelijks. Verbitterd door de tegenstand die de koning ontmoette besloot hij de godsdienst van de Joden volledig uit te roeien. Hij zond in het jaar 167 een leger naar Jeruzalem. Daar viel hij volgens vers 10 zelfs 'het heer des hemels' aan, en vertrapte hen.
Nu worden in de bijbel met 'het heer des hemels' soms letterlijk de sterren, maar soms ook de engelen aangeduid. De vraag is nu wat hier is bedoeld. En hoe moeten we ons het vertrappen van dat 'heer des hemels' voorstellen? In vers 11 wordt het zo uitgewerkt dat hij zelfs 'de vorst van dat heer', God de HEER zelf, aanviel, namelijk door Hem het dagelijkse offer te ontnemen en de tempel te ontheiligen.
En hoe deed hij dat? Hij deed dat volgens vers 12 door het dagelijkse offer te vervangen door een heidense eredienst. Zo vertrapte hij de waarheid, dat is, de Messiaanse betekenis van de tempel. Waar bestond dus het aanvallen en gedeeltelijk vertrappen van het 'heer des hemels' uit? Daarmee is bedoeld zijn vervangen van de offerdienst door een afgodsbeeld op het altaar te plaatsen. Met dat 'heer des hemels', waarmee in de Bijbel meestal de engelen aangeduid worden, is dan ook kennelijk bedoeld de door bemiddeling van de engelen aan Israël gegeven tempeldienst, zoals die was ingesteld in de wetten van Mozes.
Zo zegt de apostel Paulus het in Galaten 3:19, dat die wet 'door engelen in de hand van Mozes gegeven' is. En ook in Hebreeën 2:2 lezen we dat de wet 'door bemiddeling van engelen' gegeven is. Dat is dus de betekenis van 'het heer des hemels': de door hun bemiddeling ingestelde dienst der verzoening. *)
De heidense koning ging nog verder. Hij liet in de tempel een beeld zetten van zijn afgod Zeus of Jupiter. Alle Joden die zich niet wilden onderwerpen en niet wilden meedoen aan deze ontheiliging, werden op gruwelijke wijze vervolgd en gedood. Gedurende ruim drie jaren zou hij de dagelijkse avond en morgenoffers verhinderen; immers, volgens vers 14 zijn dat 2300 offers, die in 1150 dagen gebracht worden.
In deze tijd werd Daniëls visioen van ongeveer 400 jaar eerder gepubliceerd en kon het door de Joden in Kanaän in hun eigen taal worden gelezen. Wat een veroordeling voor hen die dit alles hadden veroorzaakt, de boosdoeners die volgens vers 23 de maat hadden vol gemaakt. Het bleek dus Gods oordeel te zijn over hen die niet van genade alleen wilden leven, hetzij door hun wereldse zich aanpassen aan de Griekse ideeën en praktijken, of door hun traditionele eigengerechtigheid en fanatieke nationalisme. Nu worden als gevolg daarvan dus zelfs de middelen van genade van hen afgenomen, en velen van hen omgebracht.
Maar ook bood het visioen een grote troost. Het bemoedigde de mensen die hun eeuwig heil niet van die stenen tempel en van de offerdienst op zichzelf verwachtten, maar van datgene waar die naar vooruit wezen: het bloed van de komende Messias. Wat een bemoediging voor 'het volk der heiligen', zoals ze in vers 24 genoemd worden. Dit was hun troost: ten eerste dat de beproeving tijdelijk zou zijn. Ten tweede wisten ze nu dat de koning door God vernietigd zou worden omdat hij zich verzette tegen de Vorst der vorsten.
Het Nieuwe Testament laat ons dit duidelijk zien. Toen Jezus sprak over de tekenen van zijn wederkomst, verwees Hij naar die gruwelijke afgod, waarvan Daniël had geprofeteerd. De afgod was een teken van de tijd voor zijn wederkomst. Ook de apostel Paulus spreekt over de mens van wetteloosheid die in de tempel zal plaatsnemen alsof hij zelf een god is. De Macedonische koning staat dus model voor de komende antichrist.
Inmiddels is Jezus Christus gekomen om de tempeldienst te vervullen, en om zijn kerk, het volk der heiligen, te vergaderen uit alle volken.
Dit geeft ons een taak. De Bijbel, inclusief dit visioen van Daniël, moet niet bewaard blijven als een geheim boek, maar vertaald worden in alle talen van de wereld. Dat betekent echter niet dat allen die de Bijbel lezen, ook de boodschap daarvan zullen verstaan. Het zal zijn zoals we lezen in hoofdstuk 12:10: "geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan". Ook in onze tijd zijn er veel christenen die de Bijbel als een boek met religieuze ervaringen op één lijn plaatsen met allerlei godsdienstige literatuur. Ze aanvaarden de Bijbel echter niet als de openbaring van God zelf, die van boven komt, geïnspireerd door de Heilige Geest. Daarnaast zijn er ook veel traditionele christenen die de Bijbel wel letterlijk nemen als het onfeilbare Woord van God, maar toch de boodschap ervan niet verstaan.
Er zijn ook mensen die zich christenen noemen en geregeld naar de kerk gaan, maar die niet trouw zijn in hun dagelijks werk. Ze doen alsof dat dagelijks werk en ook de politiek niets te maken zouden hebben met Gods Koninkrijk. Ook zulke mensen lopen gevaar dat ze de troost die in de boodschap van Daniëls visioen tot ons komt, mislopen.
De vraag is dan wat we moeten doen als we die boodschap wel ernstig nemen, in geloof aannemen, en ook in gehoorzaamheid aan Gods wil daarnaar handelen. Het kan ons dan ook ziek maken als we zien hoe de christenheid in het algemeen deze boodschap verwerpt, en hoe velen hun christelijke achtergrond verloochenen. Dan kan het ook ons ziek maken als we zien wat er kan gaan gebeuren. We kunnen geroepen worden om de mensen daarvoor te waarschuwen, ook als ze maar niet willen luisteren. Misschien spotten ze wel met hen die ook ons volk nog terug willen roepen naar hun christelijke erfenis. Maar gezegend zijn we als onze Heer Jezus ons zo bezig vindt wanneer Hij terugkomt.
*) Zie voor nadere argumentatie van deze uitleg knoop 17 over Daniël
8:9-12.