DICK DE JONG - <B>DANIËL 7 EEN PROFETISCHE BLIK</B>  
DE DUIVEL IN VOL ORNAAT, KLAAR VOOR DE STRIJD

HIJ DRAAGT EEN VLAMMENDE TOORTS

DE SCHILDER IS ONBEKEND
HET IS 19DE-EEUWS EN UIT DE FRANSE SCHOOL




KNOOP 15

DANIËL 7

EEN PROFETISCHE BLIK OP DE WERELD WAARIN WE LEVEN

Het visioen dat Daniël hier ziet en waarover hier wordt verteld, is op het eerste gezicht vreemd. Daniël ziet vier angstaanjagende dieren opkomen uit de grote zee. Uit vers 23 blijkt dat de vier dieren staan voor de vier aardse koningen of koninkrijken. Het beeld van de grote zee wordt gebruikt als beeld voor alle volken. Hij noemt ook de vier windrichtingen. De grote zee wordt in beroering gebracht door de vier winden van de hemel. Dit betekent dat volken over de hele wereld in beroering gebracht zullen worden.

Het beeld van een dier wordt vaker gebruikt om koninkrijken aan te duiden. Zo is de Britse Leeuw altijd het symbool geweest van het trotse en machtige Albion met zijn bewering dat Brittannië de golven regeert. We kennen de Russische Beer, die altijd zijn buren verslond. Het derde hier genoemde dier is een panter met vier vogelvleugels op zijn rug. Dit doet denken aan de Duitse Adelaar die de hele wereld probeerde te beheersen door middel van een bliksemoorlog, een 'Blitzkrieg', bliksemsnel neerschietend op zijn prooi. Ook de Verenigde Staten hebben de adelaar als hun symbool. Het vierde beest zou vergeleken kunnen worden met de Chinese Draak, dat geheimzinnige symbool van heidendom en vervolging. In de geschiedenisperiode waarin Daniël deze vier dieren zag, symboliseerde de leeuw het Babylonische Rijk. Daniël kreeg zijn visioen in het eerste jaar van Belsazar, opvolger van Nebukadnessar, de trotse bouwer van die heidense wereldstad Babel.

Het rijk dat Babel opvolgde, was Medo Perzië dat geregeerd werd door koning Kores (of Cyrus). Zijn land breidde zich uit tot een rijk met een groot aantal satellietlanden erbij. Kores' rijk werd daarom als een beer uitgebeeld. Het derde dier, de gevleugelde panter, symboliseerde het Grieks Macedonische Rijk van Alexander de Grote. Hij legde in tien jaar tijd tijdens zijn imperialistische veroveringstochten met zijn leger bijna 20.000 kilometer af. Als laatste is er dus het vierde dier, het dier zonder naam, geheimzinnig en angstaanjagend. Het dier is zo bijzonder dat Daniël in vers 19 naar de betekenis of "de ware zin" ervan vraagt. Het dier is immers zo heel anders dan die andere dieren.

Nu zijn er, vooral in onze tijd, allerlei in de profetieën van het Oude Testament geïnteresseerde mensen die beweren dat zij u de ware en letterlijke zin van die profetieën, en in het bijzonder van die profetische visioenen in het boek Daniël, vertellen kunnen. Zo komen velen met allerlei berekeningen over het tijdstip waarop de dingen waarover we in deze profetieën horen, precies gebeuren zullen. Vaak werpen ze zichzelf op als de enigen die de stem van de profetie werkelijk hebben verstaan. Het is daarom wel goed dat we ons eerst realiseren wat werkelijk profetie is. We moeten bepalen naar welk soort uitleggingen we wel en naar welke we niet zullen luisteren. Profetie is namelijk niet in de eerste plaats geïnteresseerd in het uitrekenen van precieze data waarop in de toekomst bepaalde dingen zullen gebeuren. De profetieën leren ons echter wel de kenmerken van onze geschiedenis, de tekenen van de tijd waarin we leven en van de tijd die voor ons ligt.

Toen Daniël dit visioen kreeg, was Israël in de macht van het eerste dier, Babel. In de volgende twee hoofdstukken, Daniël 8 en 9, wordt voorzegd hoe Israël zal worden behandeld door het tweede en het derde dier, namelijk Medo Perzië en Grieks Macedonië. De tijd die voorafgaat aan de eerste komst van de beloofde Messias zal gekenmerkt worden door de heerschappij van die drie dieren over veel volken, maar in het bijzonder door hun heerschappij over Israël.

Maar na de eerste komst van Christus tot aan zijn tweede komst op de dag van het laatste oordeel zal er een totaal andere situatie ontstaan. Over het vierde beest lezen we immers in vers 23, "Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle (andere) koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden en haar zal vertreden en vermorzelen". Dit vierde beest keert zich maar niet tegen een bepaald land in het Midden-Oosten, maar zal de hele aarde verslinden. Dit betekent dat de geschiedenis van de wereld zich niet langer zal afspelen rondom Israël als een bijzondere natie; Israël wordt gewoon een volk net als alle andere volken.

De tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus - de tijd van het vierde dier - is de tijd van het Romeinse Rijk. Met de in vers 24 genoemde tien horens worden alle daarop volgende rijken aangeduid, de rijken die de erfgenamen zijn van het oorspronkelijke Romeinse Rijk. In dat vierde dier dat de politieke machten van de toekomst symboliseert, zullen de kenmerken van de eerste drie dieren samenkomen en tenslotte uitgroeien tot het grote Babylon, de wereldstaat van de toekomst. Wat hier gezegd wordt over het vierde beest geldt dus niet alleen voor het oorspronkelijke Romeinse Rijk, maar ook voor landen (Duitsland, Rusland, Amerika), coalities van landen (de Europese Unie) en terroristische organisaties die ook in onze tijd proberen om alle macht in deze wereld in handen te krijgen.

Toen de tijd van het Oude Testament tot een einde was gekomen met de geboorte en hemelvaart van Jezus Christus, bevonden de volken zich voor het laatst tegelijk in conflict met het volk Israël als een natie. Het was voor het laatst, omdat Israël niet langer als natie door God was uitverkoren (dat werd ook duidelijk in de verwoesting van Jeruzalem in het jaar zeventig). Dit was echter nog niet het einde van de wereldgeschiedenis. Die geschiedenis wordt nog steeds door God geleid en voortgezet. De wereld veranderde echter wel. Met Christus' Hemelvaart begon het christelijke tijdperk.

De wereld bleef in opstand komen tegen Christus. Dit gebeurde eerst vanuit het Romeinse Rijk, zoals dat beschreven wordt in vers 23. Nadat het Romeinse Rijk uiteengevallen was in een groot aantal landen en koninkrijken, werd het een confrontatie met Christus' kerk zoals die uit de volken en landen van de hele wereld vergaderd werd. Tegelijk bloeide in deze periode het zendingswerk, werden volken gekerstend, zowel politiek als maatschappelijk. Bovengenoemde periode wordt echter ook gekenmerkt door groeiende conflicten tussen die verschillende landen, of, zoals vers 24 het zegt, tussen de tien horens die uit het eerste rijk zijn voortgekomen. Dat wordt erger naarmate de geschiedenis dichter het einde nadert en ook terroristische organisaties proberen de wereld in hun macht te krijgen.

Er zal een voortdurende strijd zijn tussen christelijke invloeden enerzijds, en verwereldlijking en secularisatie anderzijds. Volgens vers 25 zal dit proces tot een climax komen wanneer al die landen zich weer verenigen tot één Rijk onder één leider. Dat kan gebeuren wanneer Satan door God losgelaten wordt en hij zo de volken weer achter zich aan kan krijgen. Zo zal er tenslotte weer een nieuw Babylon komen met een geseculariseerde cultuur, een cultuur waarin God dood verklaard is, een cultuur waarin er ook geen plaats meer zal zijn voor Christus en christendom. De na christelijke volken zullen één worden, en de hele wereld zal gekenmerkt worden door een nieuw en geseculariseerd heidendom. Dat nieuwe heidendom zal zich volgens vers 25 tegen de Allerhoogste God keren, en allen die in Hem geloven op allerlei manieren uitschakelen en vervolgen. Kortom, deze wereld wordt de wereld van de antichrist.

We hebben dus wel een reden om, net als Daniël toen hij dit alles hoorde en zag, ontsteld en gealarmeerd te zijn bij de gedachte aan wat er ons staat te gebeuren. Er wordt echter bij gezegd dat Daniël deze woorden bewaarde in zijn hart, en dus mogen wij onszelf wel de vraag stellen: blijven wij hier ook aan denken?

Wij leven in een wereld die totaal verschilt van de wereld waarin Daniël leefde. Dat we in een heel verschillende wereld leven merken we aan de veranderende tijden die we meemaken. We lezen in vers 25 dat hij die uiteindelijk de hele wereld in zijn macht zal krijgen, "er op uit zal zijn tijden en wet te veranderen". Dat is iets wat we al voor onze ogen zien gebeuren. De christelijke godsdienst wordt meer en meer van haar betekenis beroofd. God is dood verklaard. De moderne theologie verklaart bovendien dat we god kunnen ontmoeten in bijvoorbeeld alle verdrukte medemensen, of in onszelf, in onze eigen godservaringen.

Ook in de politiek hebben de Westerse democratische beginselen de Bijbelse leer over gezag en gehoorzaamheid, over het huwelijk en het seksuele leven zo goed als geheel verdrongen. Een grote meerderheid in Nederland vindt bijvoorbeeld dat non-discriminatie gaat voor godsdienstvrijheid.

In de wetenschap is er voor Gods openbaring in de schepping en voor Gods voorzienigheid geen plaats meer. Gods bestaan kan immers niet proefondervindelijk bewezen worden. Nu wordt dat echter omgedraaid en wordt er gezegd dat God dus wetenschappelijk gesproken niet bestaat. Ook in het maatschappelijke leven wordt met God niet gerekend. Mensen vertrouwen niet langer op Gods Voorzienigheid en Vaderlijke Hand maar zoeken hun heil en geluk in loterijen, occultisme, en in het plegen van geweld. De mens heeft kans gezien de tijden zo te veranderen dat ze onherkenbaar geworden zijn.

Ook het karakter van de wet is veranderd. Overheden regeren meer en meer in overeenstemming met wat opiniepeilingen zeggen. Niet God maar het volk is soeverein. Er is een nieuwe moraal ontstaan, waarin alles draait om de mens en zijn begeerten. Wat eerst immoreel en abnormaal was, wordt nu algemeen geaccepteerd: vrije abortus, homohuwelijken in strijd met Gods instelling van het huwelijk, discriminatie jegens hen die God willen blijven dienen, en het aanmoedigen van alles wat tegen Gods wil in gaat. De komende antichrist zal in staat gesteld worden dit alles te doen (of zoals vers 25 het zegt, "de tijden en de wet zullen in zijn macht gegeven worden").

Is dit alles geen reden om ontsteld te zijn? Ja, maar toch blijft ook dan gelden dat er geen reden tot wanhoop is. Het is immers onze troost en bemoediging dat de mogelijkheid om de tijden en de wet te veranderen "in Zijn macht gegéven worden". God regeert en alles blijft in Zijn hand.

Dit proces van verandering kan slechts voor een beperkte tijd doorgaan. Het kan wel een lange tijd duren, en erger en erger worden, of zoals vers 25 het zegt: het zal zijn "voor een tijd en tijden en een halve tijd" *). Maar juist wanneer het erop gaat lijken dat de antichristelijke machten de overwinning behalen, zal God er plotseling een eind aan maken. Halverwege een tijdsperiode zal dat proces afgebroken en tot een halt gebracht worden. De tijd zal verkort worden omwille van de uitverkorenen. Zoals we lezen in vers 26, "dan zal de vierschaar (dat is: het hemelse gerechtshof) zich nederzetten, en men zal hem (dat is: Satan en zijn handlangers) de heerschappij ontnemen en hem verdelgen en vernietigen tot het einde". Wat een bemoediging, wat een geweldig vooruitzicht voor de toekomst voor hen die zich blijven vastklemmen aan Gods beloften, en zich één met Christus mogen weten door het geloof in Hem!

Wij leven in een heel andere wereld dan Daniël. In deze wereld zijn wij, vers 27, als "het volk van de heiligen van de Allerhoogste", vreemdelingen. We zijn vreemdelingen, omdat we door Gods genade bij zijn volk behoren, bij hen die door Hem apart gezet en dus heiligen zijn. Dat betekent dat wij in deze wereld geroepen zijn te leven in de verwachting van het eeuwige Koninkrijk van God.

We weten niet wanneer dat Koninkrijk er in volmaaktheid zal zijn. We kunnen niet uitrekenen wanneer we op de helft zullen zijn van die tijdsperiode die afgebroken zal worden. We weten echter wel dat God er halverwege een einde aan zal maken. Zo leven we in verwachting en letten we op de tekens van de tijd. Niet berekening maar verwachting mag het volk van God kenmerken; een volk dat blijft bij de belijdenis dat deze wereld de wereld van onze Hemelse Vader is. Zelfs in die laatste dagen is dit nog altijd de wereld van onze Vader in de hemel, of, zoals Hij in de verzen 9 en 13 genoemd wordt, de "Oude van dagen". Hij is het die de datum voor de Dag van het Laatste oordeel al heeft vastgesteld.

We kunnen moed putten uit dit bijbelboek. Zo lezen we in vers 13 en 14 dat aan iemand als een Mensenzoon de heerschappij en eer en koninklijke macht gegeven werden, zodat alle volken en natiën en talen Hem dienen zullen. Dat betekent, dat Jezus Christus Koning is. In vers 27 wordt iets soortgelijks gezegd, namelijk dat "het koningschap, de macht en de grootheid van de koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan 'het volk van de heiligen van de Allerhoogste'"! Dit betekent dat Christus en zijn kerk één zijn. Wie door het geloof in Christus is ingelijfd, behoort tot zijn kerk.

De ongelovige en de daardoor zo anders geworden wereld wordt bij het Laatste Oordeel veroordeeld. Zij die echter tot Christus behoren, door Zijn bloed verlost zijn en met een door de Heilige Geest gewerkt geloof in Hem ingelijfd zijn, zij zullen eeuwig met Hem regeren over Gods schepping.

*) Voor de betekenis hiervan zie ook knoop 13 over Bijbelse getallen.
 

 

 
 

 



Title of your page