DICK DE JONG - <B>BIJBELSE GETALLEN</B>  


VOOR BIJBELSE GETALLEN MOET JE WEL KUNNEN TELLEN






KNOOP 13

BIJBELSE GETALLEN (met name in DANIňL en OPENBARING)

Het cijfer 13 is geen reden om uit bijgeloof de knopen te gaan tellen op een andere manier, bijv. door 13 over te slaan en direct met 14 verder te gaan. In plaats daarvan gaan we in knoop 13 de betekenis van een aantal Bijbelse getallen onderzoeken. En dat onderzoek is dit keer voor een belangrijk deel gedaan door mijn zwager, Ds. G. Blijdorp, als volgt.

Bij het woord Bijbelse getallen denken we uiteraard dadelijk aan de getallen 7, 10, 12, 24, 40, 100. Aan sommige van die getallen heeft men zelfs namen gegeven. Aan het getal 7 al van overoude tijden de naam: getal van de volheid. Dat roept natuurlijk de vraag op: welke volheid bedoelt men? De volheid waarvan?

De volheid van een week krijg je dan bv. te horen. Maar die volheid heeft dan toch wel een geringe omvang: niet meer dan 7 dagen. M.i. is het beter aan dat getal 7 de naam: getal van de trouw te geven. Ja, getal van de verbondstrouw. Gaat u maar na: 7 = 3 + 4 en herinnert zo aan de band van de Drie-enige God met zijn schepping, de wereld en die daarin wonen, toegespitst op de band met het laatste schepsel: de mens. Aan die op de zesde dag geschapen mens heeft de HEER immers via het proefgebod te kennen gegeven, met hem in verbondsverhouding te willen leven; ja, in de verbondsverhouding van Vader - kind. Een verhouding die Hij op de 7e dag, zijn rustdag tot glorie bracht door als Hemelse Vader zijn kind in zijn rust te laten delen via het samen terugzien op het volbrachte scheppingswerk.

De vraag kan gesteld worden waarom in die tweeslag 3 + 4 het getal 4 de schepping (het geschapene) symboliseert. Hier valt te verwijzen naar het feit dat men, waar ter wereld ook woonachtig, altijd de horizon bepaald ziet door de vier windrichtingen, of, zoals het in Openbaring 7 heet, door de vier hoeken die de vier winden der aarde in bedwang houden.


Vanuit bovenvermelde opvatting van het getal 7 valt ook het zo vaak in de Bijbel voorkomende getal12 = 3 x 4 te verstaan. Dat getal valt te betitelen als het getal van Gods beproefd gebleken verbondstrouw. Bij het Oude Testament denken we dan aan de 12 stammen van IsraŽl, als het resultaat van Gods verbondstrouw jegens Abr(ah)am. Heeft Hij die 12 stammen niet doen ontspruiten uit een onvruchtbaar gebleken echtpaar? En bij het Nieuwe Testament denken we dan natuurlijk, nee Schriftuurlijk, aan de 12 apostelen die God heeft doen ontspruiten uit de vloekdood van zijn Zoon (voor wat Diens menselijke natuur betrof). En straks, na het zien van de betekenis van het getal 10, komt ook de vermenigvuldiging 12 x 12 x 1000 = 144.000 nog ter sprake.

Vanuit de betekenis van het getal 12 valt uiteraard ook het getal 24 = 2 x 12 te verstaan, gepresenteerd in de 24 oudsten, vermeld in Openbaring 4 en 5. En kunnen de 2 x 12 uren in een etmaal niet voor ons te boek staan als de dagelijkse weerspiegeling van die 2 twaalftallen, die bewijzen van Gods beproefd gebleken verbondstrouw die heel de Schrift en heel de schepping beheerst?


Wanneer nu het getal 7 (als boven opgemerkt) het getal van de trouw en dus niet van de volheid zou zijn komt de vraag op of een ander getal dan die naam mag dragen. Dat is inderdaad het geval. Het getal 10 komt namelijk daarvoor in aanmerking (niet voor niets het hoogste schoolcijfer!). Tel maar van 1 tot 10 en dan verder. Wat ziet men dan gebeuren? Verdwijnt het getal 10 ineens van het toneel, zoals bij de voorafgaande cijfers het geval was? In genen dele. De telling wordt immers vervolgd met elf (= ťťntien), twaalf (= tweetien), zoals de Romeinse cijfers : XI, XII duidelijk maken, en dan verder: dertien, veertien, enz. tot het getal twintig (= tweemaal tien) om dan weer te vervolgen met : eenentwintig, tweeŽntwintig enz. tot dertig (= driemaal tien) enz. tot honderd (= tienmaal tien) als startpunt voor de volgende tientallen. Verder dan tien komt dus het telstelsel niet! Eeuw in eeuw uit: millennium in, millennium uit. Zo heeft dit getal koers gezet (ga het maar na in de bijbel!) naar de volheid van de tijd en luidt het straks de voleinding van de tijd in: de tijd van de in Openbaring 7 en 14 genoemde 144.000. Dit getal is, als product van 12 (stammen) x 12 (apostelen) x 1000, de symbolische aanduiding van de grote, ontelbare schare, die als de volheid van de tijd is aangebroken dat mogen meemaken als het summum van Gods beproefd gebleken verbondstrouw.


Er is nog iets wat in genoemd verband de aandacht mag hebben. Dat is het aantal minuten van een etmaal: (60 x 24 = ) 1440. Vermenigvuldigd met 10 in het kwadraat levert dat ook het getal 144.000 op. Elke dag roept ons dus op vooruit te zien naar de vervulling van onze levensdagen!



AANVULLING met profetische GETALLEN IN DANIňL EN OPENBARING


Als aanvulling op bovenstaande bijdrage van mijn zwager Ds G Blijdorp volgt hier een verklaring van de volgende getallen in DaniŽl en Openbaring.

Het zijn de getallen 1000 voor Christus' duizendjarig rijk; een tijd, twee tijden en een halve tijd, ofwel 3 Ĺ jaar, 42 maanden, of 1260 dagen; en ook de in DaniŽl 12 vermelde getallen van 1290 en 1335 dagen.

In Psalm 90 heeft Mozes ons geleerd te bidden: "Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen". Maar dan moeten we wel ons verstand er bij houden, en onze Bijbel en ons hart openstellen.

We lezen in DaniŽl 12:12 (op zichzelf al een mooi getal, corresponderend met IsraŽls 12 stammen en Jezus' 12 apostelen!) : "Welzalig hij die blijft verwachten en duizend driehonderd vijfendertig dagen bereikt". Het is niet gemakkelijk om direct te begrijpen wat daarmee bedoeld wordt, maar om de betekenis van dit getal te vinden moeten we ons uitgangspunt nemen in DaniŽl 12:1.

Daar staat: "Te dien tijde zal MichaŽl opstaan", de Beschermengel van Gods volk. "Te dien tijde"; maar wanneer is dat? Daarmee is een tijdsperiode bedoeld die in drie stukken verdeeld moet worden. De woorden, "te dien tijde" slaan uiteraard terug op wat staat aan het eind van DaniŽl 11. Daar wordt gesproken over de antichrist aan het einde van de oudtestamentische periode, de Syrisch?Mace-donische koning Antiochus Epiphanes. Hij was het die, ongeveer anderhalve eeuw voor Christus' geboorte, in de tempel te Jeruzalem 'een gruwel van verwoesting' had opgericht, waarschijnlijk een beeld van de Griekse afgod Zeus of Jupiter.


Die eerste periode heeft meer dan drie jaar (zeg maar drie en een half jaar) geduurd, volgens 8:14 "tweeduizend driehonderd avonden en morgens", of 1150 dagen. "Maar dan komt hij aan zijn einde", zo lezen we in het laatste vers van DaniŽl 11. Onze Heer Jezus heeft in MatteŁs 24:15 van deze profetie gezegd dat die ůůk vervuld zou worden, wanneer de tempel in het jaar zeventig verwoest zou worden door de Romeinen. Dat betekent dus dat het opstaan van de aartsengel MichaŽl voor de bescherming van Gods volk ook "te dien tijde" zal plaats vinden, in de tweede periode, beginnende bij ongeveer het jaar 70. Maar tegelijk is in DaniŽl 11 de vervolging van de gelovigen door die antichristelijke koning ook op zo'n manier beschreven, dat het een beeld geeft van wat er zal gebeuren in de derde periode, die voor Christus' wederkomst.


We moeten dus die woorden in 12:1, "te dien tijde" toepassen op drie verschillende perioden. De eerste periode beslaat het tijdvak vanaf die oudtestamentische antichrist tot aan Christus' eerste komst. Een periode dus van ongeveer anderhalve eeuw. De tweede periode is de tijd van het Nieuwe Testament, vanaf Christus' geboorte, Hemelvaart en de verwoesting van de tempel, tot aan de komst van de antichrist. Een periode dus, daar we nu 2007 schrijven, van minstens 2000 jaar. Daarna komt de laatste periode, de tijd van de vervolging van de gelovigen door de antichrist aan het einde van de nieuwtestamentische periode, zoals we daarvan lezen bij Paulus en in het boek Openbaring.

Het was dus al enige tijd voordat Jezus op aarde kwam en weer opvoer naar de hemel, dat die strijd tussen MichaŽl en Satan was begonnen. Dat moeten we ons goed realiseren, vanwege de vraag die in vers 6 gesteld wordt: "hoe lang toeft het einde van deze wonderbare dingen?", en in vers 8: "waarop zullen deze dingen uitlopen?" Op de vraag 'hoelang?' wordt in vers 7 als antwoord gegeven: "Een tijd, tijden, en een halve tijd". Dat komt neer op drie en een halve tijd. Dit is een symbolisch getal, gebaseerd op het aantal jaren dat die Syrische antichrist de tempel in Jeruzalem had ontheiligd (zie 8:14).

Nu wordt dat zelfde symbolische getal ook gebruikt in het boek Openbaring. Daar wordt het gelijkgesteld aan drie en een half x 360 dagen = 1260 dagen; of ook 42 maanden, dat is 42 x 30 dagen, dus ook 1260 dagen *). Hoe lang het dus duren zal, tot het einde van al wat hier voorzegd is? Het komt in het kort neer op drie tijden en een halve tijd, ofwel 1260 dagen. Alleen maar, nu doet zich het opmerkelijke feit voor dat in vers 11 een periode van 1290 dagen genoemd wordt. Dat is dus 30 dagen meer dan de drie tijden en een halve tijd of 1260 dagen in vers 7.

De vraag is waar dat verschil vandaan komt. De oplossing is als volgt. In vers 11 zijn er 30 dagen bijgeteld, omdat de telling daar niet begint bij de geboorte van Christus, het Kerstfeit, maar (kijk maar in vers 11), "van de tijd af dat het dagelijks offer werd gestaakt, en een gruwel werd opgericht". Nu, dat was anderhalve eeuw voor het Nieuwe Testament begon. En daar begint de telling dus, bij die Syrische antichrist. Nu we dit gezien hebben wordt alles ineens veel duidelijker. Die 30 dagen zijn een symbolisch getal voor de eerste van die drie perioden die we in vers 1 moeten onderscheiden, namelijk de anderhalve eeuw voor Kerst. En de 1260 dagen symboliseren de tijd van het Nieuwe Testament tot kort voor de wederkomst; en die twee perioden samen zijn dan 1290 dagen.


Zo komen we dan nu toe aan de verklaring van het in DaniŽl 12:12 genoemde geheimzinnige getal. Nu kunnen we leren hoe de dagen te tellen om gezegend te zijn. "Welzalig hij die blijft verwachten, en duizend driehonderd vijfendertig dagen bereikt". 1335 dagen; maar dat is nog weer 45 dagen meer dan de 30 plus 1260 dagen! Waarom is dat nu? Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig. Die 45 dagen staan voor de derde periode in het 'te dien tijde' van vers 1. Hier hebben we dus die drie tijdsperioden terug van het optreden van de aartsengel MichaŽl. Eerst heeft MichaŽl gestreden tegen Satan en zijn engelen gedurende de 30 symbolische dagen die het einde van de oudtestamentische periode aanduiden. Daarop volgt de periode van de symbolische 1260 dagen (ook wel de duizend jaren van Christus' Koningschap genoemd), waarin MichaŽl de Satan gebonden houdt zodat hij de volken niet achter zich verenigen kan **). En als derde periode komt er dan aan het einde de korte tijd dat MichaŽl de Satan weer los laat om de volken te verleiden; en die tijd wordt dus symbolisch geteld als 45 dagen.


Die korte tijd aan het einde zal een tijd van intensieve Satanische activiteiten zijn, waarin hij al de volken weer achter zich krijgt, ook die gekerstend geweest zijn, maar die hun Christelijke erfenis verloochenen en vergeten en terugvallen in een nieuw heidendom in een na?christelijke tijd. Het lijkt er op dat het begin van de 21e eeuw, de zogenaamde 'New Age', meer en meer die kenmerken gaat krijgen.

We mogen dan ook wel denken aan de woorden van Jezus, onze Heer, in MatteŁs 24:13, "Wie volhardt tot het einde zal behouden worden". Toch zal het slechts een korte tijd duren. In DaniŽl 12:12 blijkt het niet langer te duren dan het symbolische getal van 45 dagen. Een korte tijd, of, zoals Jezus het zegt in MatteŁs 24:22, "Indien die dagen niet ingekort werden, zou geen mens behouden worden; doch terwille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort". Ja, ingekort dus tot slechts het symbolische getal van 45 dagen!


-o-

*) Het is duidelijk uit het boek Openbaring dat die 1260 dagen of drie tijden en een halve tijd dezelfde periode aanduiden als de symbolische duizend jaren van Christus' koningschap. Wanneer het een periode van duizend jaar genoemd wordt, wordt daarmee ook de tijd voor de prediking van het Evangelie, de proclamatie van Jezus' Koningschap aan alle volken bedoeld. Wanneer het drie tijden en een halve tijd genoemd wordt, wordt hiermee de tijd waarin de kerk vervolgd wordt, aangeduid. En wanneer gesproken wordt van 1260 dagen geeft het Gods dagelijkse zorg voor zijn kerk in die omstandigheden aan. Tenslotte wordt het 42 maanden genoemd wanneer het een tijd van specifiek antichristelijke activiteiten aangeeft.


**) Het symbolische getal van duizend jaren voor Christus' Koningschap is gebaseerd op de letterlijke ongeveer duizend jaren van het Koningshuis van David, vanaf ongeveer 1000 voor Christus tot de geboorte van Koning Jezus.



 

 

 
 

 



Title of your page