DICK DE JONG - OVER MANNEN EN VROUWEN
| |
IS DIT NU HET VERSCHIL TUSSEN MAN EN VROUW?
Dit schilderij is van de Friese schilder Abraham Willemsens. Hij leefde van 1627-1672. Een gezinnetje geniet van het mooie weer, terwijl de moeder de kinderen tot stilte maant om het middagdutje van haar man niet te storen. Een idyllisch tafereeltje.
Knoop 4: OVER MANNEN EN VROUWEN
1 KORINTIERS 11:2-16 OVER DE HEERLIJKHEID VAN DE MAN EN DIE VAN DE VROUW
Dit artikel knoopt aan bij de vorige knoop. Die eindigde er mee dat volgens Paulus christenen maar heel gewoon, dat is natuurlijk moeten doen. Hij zei dit met het oog op de bevoegdheid van de vrouw om in het openbaar te profeteren en te bidden. Dit houdt vanzelf in dat ook de mannen heel gewoon moeten doen, dat is, op een natuurlijke manier moeten tonen dat zij mannen zijn, wanneer ze in het openbaar profeteren of voorgaan in gebed. Zij moeten niet proberen op vrouwen te lijken in hun manier van doen, omdat het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk een scheppingsorde is waarvan God wil dat die voor alle tijden gelden blijft.
We kunnen hierbij ook denken aan de wet van Mozes in Deuteronomium 22 vers 5, waar Gods Woord zegt, "Een vrouw mag geen kleren en attributen van een man dragen en een man mag geen vrouwenkleren dragen. Want de HEER verafschuwt ieder die zulke dingen doet". Dit bevel werd gegeven toen de Israëlieten op het punt stonden de Kanaänieten te ontmoeten, die allerlei seksuele misbruiken toepasten in hun godsdienst. Ook de stad Korinte was berucht vanwege seksuele immoraliteit, met name ook in de afgods-tempels. Het is dan ook geen wonder dat Paulus, net als Mozes voor de intocht in Kanaän, zich daartegen duidelijk verzet en ook daarom zo uitvoerig ingaat op de Bijbelse positie van mannen en vrouwen, met name ook in de kerk.
Daarom stelt hij als heel gewoon en natuurlijk dat mannen als ze in het openbaar bidden of profeteren dat uiteraard met een ongedekt hoofd doen. Trouwens, zeker tot in de eerste helft van de vorige eeuw is het ook bij ons gewoonte geweest dat mannen die een hoed op hebben die uit respect afnemen wanneer ze iemand groeten, en de hoed niet ophouden als ze een vergadering toespreken. En het is nog een door predikanten te handhaven heel goede gewoonte dat jongens op catechisatie tijdens het gebed hun pet, als ze die dragen, niet ophouden.
WAAROM WE GEWOON MOETEN DOEN
Uiteraard moet ook hier de vraag gesteld worden waarom dit een gewoonte is of is geweest, en waarom eigenlijk dit een verschil tussen mannen en vrouwen aanduidt. Paulus verwijst hier naar het feit dat mannen hun haar gewoonlijk korter dragen dan vrouwen die meestal lang haar hebben. Hoewel in onze tijd dat verschil althans bij sommigen verdwenen is, toch wordt lang haar voor jongens en mannen niet algemeen aanvaard en als mooi en passend ervaren. En is het niet zo dat de natuur zelf laat zien dat jongens zich vanzelf als jongens laten kennen, en meisjes als meisjes?
Nu is het wel zo dat wat de natuur ons toont te herleiden is tot de scheppingsorde. Het is de Schepper van de natuur die ons mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, verschillend dus, en die eerst de man schiep, en daarna en uit hem de vrouw. Onze natuurlijke gewoonten spruiten voort uit het begin van de natuur zelf, en moeten het dan ook laten zien hoe het begonnen is.
Daarom zegt Paulus in vers 7 dat de man behalve beeld van God ook de heerlijkheid van God is. Hij is een reflectie van God, hij weerspiegelt Gods heerlijkheid zoals de maan het licht van de zon weerspiegelt.
Om de betekenis hiervan te verstaan moeten we terug naar het Paradijs. Daar sprak God tot Adam zonder tussenpersoon of bemiddeling. Het was een directe communicatie. Zo is het begonnen toen God hem maakte als de eerste, en daarom is de man dan ook het hoofd van de vrouw. God liet zijn heerlijkheid schijnen op de man, direct, zonder iets tussen God en de man, opdat hij als man Gods heerlijkheid zou weerspiegelen. 1)
Toen hij als gevolg van zijn zondeval dat niet meer doen kon werd door Gods genade Jezus Christus het hoofd van de man, als de Middelaar tussen God en de mens. En zo, als de tweede Adam, is Hij het Hoofd geworden van iedere man, terwijl God het Hoofd van Christus is. En volgens Hebreeën 1 vers 3 schittert Gods luister of heerlijkheid dan ook in Christus, die Zijn evenbeeld is.
Maar, zo gaat Paulus dan verder, de vrouw is de heerlijkheid van de man, ook weer zoals de maan het licht van de zon weerspiegelt. De reden daarvoor is dat Gods spreken tot haar kwam via de man. Zo werd bijvoorbeeld ook Gods liefde voor Adam weerspiegeld in Adams liefde voor zijn vrouw.
Laten we, om de betekenis hiervan goed te verstaan, ons de situatie zo concreet mogelijk voor ogen stellen. De plaats van de man is tussen God en de vrouw; maar tussen God en de man was er niets. Deze directe communicatie, met niets er tussen, is zichtbaar in de gewoonte dat een man als hij spreekt met God zijn hoofd onbedekt houdt. Er is dan niets tussen zijn hoofd en God, en dat maakt dan op een symbolische manier zichtbaar dat hij bidt en profeteert als man, en niet als een vrouw.
Aan de andere kant wordt het feit dat God met Eva sprak via Adam zichtbaar voorgesteld door een vrouwelijke hoofdbedekking die symboliseert wat er is tussen God en haarzelf, namelijk de man. Op die manier toont ze dat zij een vrouw is, en stelt ze zich niet in het openbaar voor alsof ze een man zou zijn.
Kort samengevat komt het hier op neer dat een man, die in zijn manier van in het openbaar bidden of profeteren zich vrouwelijk zou aanstellen, daarmee aan de engelen zijn onverschilligheid voor Gods scheppingsorde zou tonen. Hij zou zich oneerbaar aanstellen, en dus zouden de engelen hem niet accepteren als een vrij en bevoegd profeet en voorbidder.
MAN EN VROUW ZIJN BEIDEN GESCHAPEN NAAR GODS BEELD
Het is zeker waar dat zowel mannen als vrouwen geschapen zijn naar Gods beeld; maar toch is er verschil, en dat verschil moet dan ook erkend worden in hoe ze voor Gods aangezicht verschijnen. Ze moeten, als ze in het openbaar, in de kerk dus, voor Gods aangezicht verschijnen, laten zien hoe het was in het begin, in het Paradijs, en hoe die situatie is en wordt hersteld wordt door Jezus Christus. Maar als we terug gaan naar hoe het was in het begin moeten we niet uit het oog verliezen dat man en vrouw beiden geschapen zijn naar Gods beeld en dus, in dat opzicht, gelijk zijn voor God. Dit betekent dat ze in het begin alles samen deden. Ze baden samen en ze profeteerden samen, en ook deden ze samen hun dagelijks werk in het heerschappij hebben over al het geschapene.
Zowel de man als de vrouw traden dus op als profeet en priester en koning. Dus mogen we wat Paulus ons hier leert over het in het openbaar bidden en profeteren ook toepassen op allerlei andere dingen die zowel mannen als vrouwen in het openbaar verrichten. Ze zijn gelijk in het beiden Gods beeld vertonen in deze wereld, maar niet onafhankelijk van elkaar. Vandaar dat de apostel, om misverstand te voorkomen, met nadruk zegt in de verzen 11 en 12: "Echter, in hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man, en ook de man niets zonder de vrouw. Want zoals de vrouw uit de man is voortgekomen (als de tweede dus), zo bestaat de man door de vrouw (en zijn ze dus toch ook gelijk).
We moeten Gods scheppingsorde respecteren, want daartoe zijn we verlost. Het is dan ook alleen met inachtneming van die scheppingsorde dat we gebruik mogen maken van onze christelijke vrijheid en bevoegdheden, zonder iemand te verhinderen dat hij of zij ook in het openbaar bidt of profeteert, of wat ook maar iemands door God aan hem of haar gegeven taak of voorrecht is, hetzij in de kerk, in de maatschappij, of in de politiek.
NOOT
1) Zie 2 Korintiërs 3 vers 18. Paulus spreekt hier over een met onbedekt gezicht de luister (of heerlijkheid) van de Heer aanschouwen (of weerspiegelen). Hij komt hier op vanwege zijn verwijzing in de verzen 7-11 naar Mozes, met wie God sprak van aangezicht tot aangezicht, dus zonder bemiddeling of tussenpersoon (Exodus 33 vers 11, 34 verzen 29-35).
In het Nederlands Dagblad van 10 augustus 1999 schreef dr ir J van der Graaf in een artikel over de Joodse Orthodoxie aangaande het keppeltje, dat dit hoofddeksel de scheiding wil symboliseren tussen de mens en de Eeuwige. Het Joodse voorschrift dat en waarom de man een hoofddeksel moet dragen is dan ook in volkomen tegenspraak met wat Paulus hier voorschrijft.
Naar boven
|
| |
|
| |
|
| |
| |
| |