DICK DE JONG - <B>OVER VROUWEN EN ENGELEN</B>  


HEEFT MARIA EEN MACHT OP HET HOOFD VANWEGE DE ENGELEN?

Dit schilderij is van de Italiaanse schilder Giovanni del Ponte, ook wel Giovanni di Marco genoemd. Hij leefde van 1385 tot 1438. Hij werkte in Florence. Del Ponte vervaardigde onder andere fresco's zoals in de Scali kapel in de San Trinità te Florence, paneelschilderingen en decoraties op kasten.





Knoop 03:OVER VROUWEN EN ENGELEN


Je zult toch maar een macht op je hoofd moeten hebben! Dan zit je toch wel echt in de knoop! Toch, volgens de NGB-1951-vertaling en de Statenvertaling van 1 Korintiërs 11 vers 10 geldt dat in de kerkdiensten voor vrouwen, en wel vanwege de engelen. De Nieuwe Bijbel Vertaling zegt het zo, dat de vrouw omwille van de engelen zeggenschap over haar hoofd moet hebben. Daar wordt het niet veel duidelijker mee. Geen wonder dat er veel meningsverschil dat om ontknoping vraagt is over de betekenis van het Schriftgedeelte waarin deze bepaling voorkomt. De vraag is natuurlijk wat het woord 'macht' of 'zeggenschap' in dit verband betekent, en vervolgens wat daarbij de rol van de engelen is.

In de oorspronkelijke Griekse taal wordt hier het woord 'exousia' gebruikt, dat gewoonlijk 'bevoegdheid' betekent, de bevoegdheid of de vrijheid om iets te doen of niet te doen. In de hoofdstukken 8-10, waarin Paulus spreekt over onze christelijke vrijheid, komt hetzelfde woord acht keren voor, en zeven van die acht keren is dat in de NBG-1951-vertaling weergegeven met 'bevoegdheid'. Dat alleen al zou een reden zijn het zo ook weer te geven in hoofdstuk 11:10, zoals de NBV dat terecht heeft gedaan. "Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben".

Daar komt nog bij dat in hoofdstuk 7 vers 4 'de zeggenschap over iets hebben' ook in verband met de relatie tussen man en vrouw wordt gebruikt: "Een vrouw heeft niet zelf de zeggenschap over haar lichaam, maar haar man; en ook een man heeft niet zelf de zeggenschap over zijn lichaam, maar zijn vrouw". Hier leert de Bijbel dat in dit opzicht, juist binnen het huwelijk dus, de man en de vrouw gelijke rechten en verplichtingen of dezelfde bevoegdheid hebben.



TEKENEN VAN BEVOEGDHEID


Het is in deze context van bevoegdheden dat de apostel in hoofdstuk 11 er over gaat spreken hoe, wanneer men in Korinte als gemeente samenkomt, er verschil moet zijn tussen het als mannen en als vrouwen bidden of profeteren. Zowel mannen als vrouwen hebben daartoe de vrijheid of bevoegdheid, maar de mannen moeten daarbij het hoofd onbedekt houden, terwijl de vrouw daarbij een 'macht' of beter, een 'teken van zeggenschap of bevoegdheid' op het hoofd moet hebben. Daarmee moet een vrouw, als ze optreedt in het openbaar, bijvoorbeeld als ze voorgaat in gebed of profeteert, dus haar bevoegdheid als vrouw daartoe laten zien.

Er zijn dus verschillende 'tekenen van bevoegdheid' voor mannen en voor vrouwen bij het in het openbaar bidden of profeteren. En dat is echt niet zo vreemd. Laat me dat duidelijk maken met het voorbeeld van een rijbewijs, het teken van bevoegdheid om op de openbare weg een motor-rijtuig te besturen. Dat rijbewijs kan, om twee mogelijkheden te noemen, een B- of een C-bevoegdheid aangeven (het besturen van een personen-auto, of van een vrachtauto). Een auto-bestuurder moet dan ook het juiste rijbewijs of 'teken van bevoegdheid' op zak hebben en kunnen tonen, vanwege de politie-beambten. Die zijn immers aangesteld om daar op toe te zien. Als automobilisten hun bevoegdheid niet kunnen tonen mogen ze niet verder, maar moeten ze hun vehikel laten staan. Dat is verre van eervol, iets om je over te schamen.

Daarmee vergelijkbaar is de bevoegdheid om in het openbaar te bidden of te profeteren. Mannen en vrouwen die dat doen moeten hun verschillende bevoegdheid kunnen tonen; ze moeten een verschillend 'teken van bevoegdheid' laten zien. Vandaar dat de apostel zegt in vers 10: "Daarom moet een vrouw een 'teken van bevoegdheid' (niet over maar) op haar hoofd hebben, omwille van de engelen". Dat is te vergelijken met het een geldig rijbewijs op zak moeten hebben, een zichtbaar bewijs dus, vanwege de politie die daarop toeziet.



DE TAAK VAN DE ENGELEN


Een volgende vraag is welke taak de engelen in dit verband hebben. De Bijbel leert ons in Hebreeën 1 vers 14 dat de engelen dienende geesten zijn, die uitgezonden worden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding. Ze treden op als boodschappers die boodschappen van God aan de mensen overbrengen (zie ook Hebr. 2:2, Gal.3:19, en geschiedenissen in het Oude en het Nieuwe Testament over engelen die aan mensen verschenen zijn met een boodschap van God). In Paulus' tijd waren er mensen met bijzondere profetische gaven, die speciale boodschappen van God aan mensen overbrachten (denk aan Agabus en de vier dochters van Philippus, Hand.11:28vv en 21:9vv). Zulke boodschappen ontvingen ze dus door de bemiddeling van engelen.

Ook lezen we in de Bijbel dat onze gebeden tot God komen door bemiddeling van engelen. Zie Openbaring 8:3 en 4, een visioen waarin Johannes ziet dat een engel "een grote hoeveelheid wierook kreeg om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen. De rook van de wierook steeg mèt de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel op naar God". Dat is dus volgens de Bijbel de taak van de engelen: het verkeer tussen God en de mensen onderhouden; ten dienste van de gelovigen boodschappen van God en gebeden tot God brengen.

Zoals nu de politie van hen die autorijden het juiste 'teken van bevoegdheid' moet zien om ze op de openbare weg toe te laten, zo moet aan de engelen het vereiste 'teken van bevoegdheid' om in het openbaar te mogen bidden of profeteren getoond kunnen worden, opdat zij die gebeden naar God zullen brengen, of Gods boodschap aan hen door zullen geven.



HOE DE VROUW HAAR BEVOEGDHEID TOONT


Maar nu komt uiteraard de vraag op: hoe moet een vrouw aan de engelen laten zien dat zij de bevoegdheid heeft om in het openbaar te bidden of te profeteren? Het antwoord op die vraag is heel eenvoudig: dat toont ze door aan de engelen te laten zien dat ze metterdaad haar plaats als vrouw kent en inneemt, dat ze als vrouw zichzelf is. Je kunt het ook zo zeggen, dat ze zich als vrouw identificeert.

Maar wat is dan haar identiteits-bewijs daarvoor? In die tijd en in die cultuur kon je dat zien aan de manier waarop haar hoofd was bedekt; niet in het openbaar optredend met een onbedekt hoofd of zelfs kort-geknipt haar, doende alsof ze een man was, of in haar kleding en manieren optredend alsof er geen verschil zou zijn. Niets bijzonders. Zo geldt het vandaag en in onze cultuur net zo goed. De vrouw moet in haar optreden in het openbaar zich als vrouw laten kennen en zien, in overeenstemming met de plaatselijke gewoonten (die niet altijd en overal gelijk zijn), of desnoods, als die gewoonten juist alle onderscheid uitwissen, in strijd met zulke gewoonten. Waar het om gaat is: ze moet zichzelf 'als vrouw' identificeren!

Het is echter niet zo dat wat haar als vrouw identificeert onderworpenheid aan de man symboliseert. Zo is die 'macht' op haar hoofd vaak uitgelegd, als een teken van onderworpen zijn aan de macht van de man. *) Daarom moeten in sommige kringen de vrouwen in de kerk een hoedje dragen, iets wat hier zeker niet wordt bedoeld. Nee, het is net andersom. Wat haar onderscheidt van de man symboliseert niet haar onderworpenheid, maar haar vrijheid, haar bevoegdheid, haar zeggenschap. Als ze zich als vrouw gedraagt en vertoont, dan laat ze juist daarmee haar bevoegdheid zien.



WAAROM PAULUS HIER ZO OVER SCHRIJFT


Er was uiteraard een reden voor Paulus om hier zo uitvoerig over te schrijven. Kennelijk waren er in de gemeente te Korinte vrouwen die, uit het feit dat sinds Pinksteren ook zij in het openbaar bidden en profeteren mochten, de conclusie trokken dat ze dus in alles, tot in hun manier van kleden toe, konden doen alsof ze mannen waren, of in elk geval aan hen gelijk. Inplaats dat ze haar eer stelden in haar vrouw zijn en dat ook uiterlijk toonden gingen ze misbruik maken van hun christelijke vrijheid. Het is dan ook met het oog op zulke dames dat Paulus zegt: ze doen precies het omgekeerde van wat een echte vrouw doet, die zich geëerd voelt door de vrijheid en de bevoegdheid die ze als vrouw heeft. Ze doen haar hoofd schande aan; het is hetzelfde alsof ze zich kaal laten scheren; laten ze zich dan ook maar het haar laten afknippen. Met andere woorden, zulke vrouwen doen onnatuurlijk.

En dus zegt Paulus in vs 13: "oordeelt u daarom zelf". Iedereen kan dat toch zien en tot dat oordeel komen! Ja, iedereen; maar zeker zij die geloven in de God die ons mannelijk en vrouwelijk geschapen heeft en toen zei dat het zo goed was. Met name christenen moeten tot dat oordeel kunnen komen. Juist christenen moeten maar gewoon, dat is natuurlijk doen. Want als ze dat niet doen, dan kunnen ze ook niet als profeten optreden, en dan zijn ook hun gebeden bij God onaanvaardbaar. Immers, geen engel brengt ze dan tot God!

NOOT *) Er zijn commentaren die toegeven dat volgens de regels van de Griekse grammatica het vreemd is de 'macht' op het hoofd van de vrouw zo op te vatten, in plaats van als een teken van haar bevoegdheid. Zie bijvoorbeeld Tyndale New Testament Commentaries; Dr.Jos Keulers, De Brieven van Paulus; en in het bijzonder Dr F W Grosheide's commentaar, die probeert de twee betekenissen 'bevoegdheid' en 'onderworpenheid' samen te doen gaan.


Naar boven