DICK DE JONG - <B>TONGENTAAL</B>  


IS TONGENTAAL ZOIETS ALS BRABBELEN?



TONGENTAAL OF KLANKTAAL
(wat het is, en of we het moeten nastreven)


Het is al geruime tijd geleden dat ik me met bovenstaande vragen heb bezig gehouden. Ook nu weer zijn deze vragen volop in discussie. De conclusie waartoe indertijd mijn onderzoek heeft geleid luidt als volgt:

"dat er, zowel bij de in Handelingen 2 als ook de in 1 Korintiërs 13 en 14 genoemde klanktaal, te denken is aan zang, al of niet klinkend als of begeleid met instrumentale muziek (vergelijk Openbaring 14 verzen 2 en 3)".

Ik voeg aan deze conclusie de opmerking toe dat Paulus, sprekend over de glossolalie, zijn beelden ontleent aan muziekinstrumenten (1 Korintiërs 13 vers 1; 14 verzen 7 en 8).

In wat volgt wil ik trachten duidelijk te maken welke Schriftgegevens volgens mij tot deze conclusie leiden.


HANDELINGEN 2

In Handelingen 2 verzen 1 - 13 vinden we in het Grieks twee verschillende woorden voor het Nederlandse woord 'andere', namelijk 'heteros' (verzen 4 en 13) en 'allos' (vers 12). Heteros wordt vaak (zij het niet altijd) gebruikt om de ander van twee aan te duiden, terwijl allos meestal op een aantal andere zaken of personen slaat. Daar in dit gedeelte beide woorden voorkomen is het goed met het genoemde verschil tussen beide woorden rekening te houden. Er is dan ook reden voor om in vers 4 te onderscheiden tussen aan de ene kant de veelheid van mensentalen, en aan de andere kant één andersoortige klanktaal, in plaats van ook daar te denken aan allerlei toentertijd in Jeruzalem gesproken vreemde talen. Dat zou m.i. wel wonderlijk zijn, maar dan omdat een veelheid van mensen allerlei talen sprekend een kakophonie zou veroorzaken (het tegengestelde van symphonie!), die terecht zou doen denken aan dronkenschap, en juist onverstaanbaar zou zijn geweest. (Voor meer redenen om aan een andersoortige klankentaal te denken verwijs ik naar de m.i. overtuigende uitleg van Dr F W Grosheide in de Korte Verklaring).

Het echte wonder van het spreken in tongen is tweevoudig. Het eerste is dat de 120 aanwezigen, vervuld van de Geest, zich uiten in één taal, anders dan alle andere talen van de mensen. En het tweede in het Pinksterwonder is dat velen van de aanwezige Joden, die best een toespraak in het Aramees hadden kunnen volgen (ze snapten zelfs direct dat de apostelen Galileërs waren!), en die dus zeker niet nodig hadden dat al de buitenlandse talen van waar ze vandaan kwamen gesproken werden, toch die ene 'Geestes-taal' konden verstaan. Zij ontvingen de gave van de interpretatie van die klanktaal, en zo konden ze dan ook tot elkaar zeggen (vers 11): "wij allen horen hen in onze eigen taal (onze eigen mensentaal, Aramees, Hebreeuws, Perzisch, Latijn, enz.) spreken over Gods grote daden".


1 KORINTIËRS 14

In 1 Korintiërs 14 vers 2 wordt ons verteld dat wie "in klanktaal spreekt spreekt niet tot mensen maar tot God. Niemand kan hem verstaan"; wat hij zegt is "onbegrijpelijk". We mogen aannemen dat in de havenstad Korinte wel een aantal buitenlandse talen verstaan konden worden. Kennelijk gaat het ook hier over die ene 'Geestes-taal' die zonder uitleg niet verstaan kan worden. En klanktaal zonder uitleg, zo lezen we in vers 22, is een teken voor ongelovigen. Bijv. zoals voor die spotters in Jeruzalem (Handelingen 2). Voor hen blijft het verborgen dat in die 'Geestes-taal' God voor zijn grote daden geprezen en gedankt wordt (Handelingen 2 vers 11, 1 Korintiërs 14 verzen 2a, 16, en 17).

Als iemand van klanktaal gebruik maakt zonder die zelf te verstaan is hij er alleen zelf bij gebaat (vers 4), maar Paulus vindt voor de gemeente profeteren veel belangrijker dan klanktaal, behalve als die wordt uitgelegd.


VOORLOPIGE CONCLUSIE

Uit Handelingen 2 en 1 Korintiërs 14 blijkt dat glossolalie of klanktaal voor wie het kunnen verstaan als profeteren overkomt, en dat de inhoud ervan in elk geval dankzegging tot en lofprijzing van God bevat.



OUDE TESTAMENT

Het feit dat op de eerste Pinksterdag allen werden vervuld van de Geest werd al beloofd in het Oude Testament, o.a. door Joël, naar wiens profetie Petrus verwijst. In het Oude Testament lezen we nogal eens over het komen over iemand van een deel van de Geest, en dat niet allen profeten zijn. Het lijkt er op dat na de rijkdom van het allen vervuld zijn van de Geest op de eerste Pinksterdag de situatie in Korinte al weer enige terugval naar die Oud-testamentische mindere rijkdom vertoont. Immers, niet allen profeteren daar, ook niet allen die wel klanktaal kunnen voortbrengen.

Het is interessant de vraag onder ogen te zien of het Oude Testament ook spreekt over profeteren in een tekstverband waarin we iets dergelijks als de Nieuwtestamentische klanktaal terug vinden.

In Handelingen 2 is het opvallend dat zowel voor het uiten van klanktaal in vers 4 als voor het profetische spreken van Petrus in vers 14 het Griekse woord 'apophteggomai' wordt gebruikt. Dit woord komt enkele malen voor in de Septuagint of LXX, de Griekse vertaling van het Oude Testament. Met name twee plaatsen zijn voor ons onderwerp van belang.

De eerste is Deuteronomium 32 vers 2, waar dit Griekse woord is gebruikt voor het geven van 'onderricht in een lied', het lied van Mozes. De andere plaats is 1 Kronieken 25 vers 1, waar David, samen met de hoofden van de eredienst, de nakomelingen van Asaf, Heman en Jedutun aanstelt "om de lofliederen te zingen onder begeleiding van lieren, harpen en cimbalen". De Statenvertaling heeft daar "die profeteren zouden met harpen, met luiten en met cimbalen", en in de Septuagint lezen we dat zij die dat mogen doen 'tous apophteggomenous' worden genoemd.

De volgende verzen maken nader onderscheid tussen het optreden van Asaf als profeet (vers 2; LXX 'prophètès'), van Jedutuns nakomelingen (vers 3, SV) "op harpen profeterende met den HEERE te danken en te loven", en van de kinderen van Heman (vers 5, NBV), "die de woorden van God kon duiden en kracht bijzetten (SV, "om den hoorn te verheffen"). Zowel bij Jedutun als bij Heman wordt 'anakrouomai', een ander woord voor profeteren, gebruikt.

'Apophteggomai' wordt hier dus gebruikt om het met instrumentale begeleiding zingen van lofliederen voor God aan te duiden, en wordt nader onderscheiden als profeteren in de zin van de HEER danken en loven, en de woorden van God duiden en kracht bijzetten. Het is praktisch hetzelfde onderscheid en verband tussen klanktaal uiten en profeteren als in Handelingen 2 en 1 Korintiërs 14. Nu hebben we eerder gezien dat het spreken in klanktaal of glossolalie als inhoud heeft het danken, loven en prijzen van God en zijn grote werken. Vandaar mijn aan het begin vermelde conclusie, dat er bij klanktaal te denken is aan zang, al of niet klinkend als of begeleid met instrumentale muziek.


KLANKTAAL ALS MUZIEK

Zoals we boven gezien hebben is de klanktaal in Handelingen 2 de ene Geestes-taal in onderscheid van de vele talen van de mensen. Wanneer Paulus in 1 Korintiërs 13 vers 1 naast de talen van alle mensen spreekt over "die van de engelen" hoeft het woordje 'die' hier niet als meervoud gelezen te worden. Paulus zal zeker niet bedoelen te zeggen dat de engelen in de hemel net als de mensen op aarde een veelheid van talen spreken. Dit brengt ons tot de vraag of er verwantschap is tussen het spreken in tongen en de taal van de engelen.

De apostel Paulus vertelt in 2 Korintiërs 12 over iemand (Paulus zelf) die in een visioen in de derde hemel (Gods troonzaal) of ook wel het paradijs, "woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken". Het boek Openbaring laat ons zien dat er in de hemel veel muziek, zowel instrumentaal als zang, wordt gehoord. Het zijn engelen en mensen die deze muziek ten gehore brengen.

Volgens Openbaring 14 klonk er geweldig indrukwekkende muziek in de hemel, en werd er "voor de troon iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen (letterlijk 'leren', zie de NBG 1951) behalve de hondervierenveertig-duizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht". Dit wijst er op dat er een hemelse taal is die ongelovigen niet kunnen leren en/of begrijpen, uiteraard niet in de hemel waar ze niet komen, maar ook hier op aarde niet.

En wat de gelovigen betreft? In de hemel vormt hun zingen samen met het zingen van de engelen en de door hen gemaakte muziek een indrukwekkende symphonie waarin God en het Lam geëerd en geprezen worden. Die zuivere muziek kunnen alleen zij die in de hemel zijn genieten. Wat echter de gelovigen op aarde betreft, geldt ook van hen, net als van de ongelovigen, dat ze die volkomen zuivere muziek zoals die in de hemel ten gehore wordt gebracht niet kunnen leren en verstaan? Het is waar, zolang ze hier op aarde zijn, niet zo volmaakt en zuiver als er in de hemel wordt gezongen en gemusiceerd. Maar we mogen hier op aarde al wel beginnen God te loven en te prijzen, met muziekinstrumenten en met de menselijke stem. Zou dat in het paradijs al niet in beginsel het deel van de mensen zijn geweest, met de bedoeling dat ze zouden leren zuiver en zonder zonde samen met de engelen te musiceren in de eeuwige uitvoering die komt?

In de periode tussen het verloren en het vernieuwde paradijs is ons musiceren en zingen met menselijke stemmen en instrumenten niet zuiver en volmaakt. Geldt dat ook van het zingen van Gods lof in klanktaal? Hoewel het inderdaad lijkt verwant te zijn aan de hemeltaal van engelen, en dus wel heel bijzonder en begerenswaardig, als het niet met de juiste motieven en in liefde gedaan wordt, klinkt het zelfs als ketelmuziek in Gods oren.

Moeten we biddend streven naar het spreken in tongen? Volgens de apostel Paulus in 1 Korintiërs 13 en 14 kan het en mag het, al iets laten horen van die heerlijke muziek hierboven, maar tegelijk waarschuwt hij dat het uiterst riskant is. Het kan zomaar als ketelmuziek klinken en dan, in plaats dat het ongelovigen tot de erkenning brengt dat inderdaad God hier aanwezig is, terecht de spot opwekken van hen die het horen.

Het is dan ook het beste dat we ons blijven oefenen in spelen en zingen met menselijke stemmen en instrumenten in onze kerkelijke liturgieën, en het aan de HEER overlaten of Hij ons bovendien, als Hij daarvoor een reden ziet, ook vanuit de hemel begiftigen wil met de extra gave van in liefde musiceren zoals de engelen in de hemel dat doen.


Naar boven